Bull’s eye

… en ze doen het met de nodige flair!

Ik? Competitief? Neen.
Al is er voldoende bewijs dat competitiviteit in de familie zit. Ik val dus uit de boot. Drie generaties nemen het nu steeds tegen elkaar op. Mijn grootvader, mijn papa en mijn broer. Oh boy! En niet alleen tegen elkaar. Elke zich aanbiedende gelegenheid om ‘te verslaan‘ klinkt als muziek in de oren. Ze vormen een front tegen allen die een poging wagen. Want, dat maakt hun overwinning des te groter, des te beter. Ze beschikken namelijk over dezelfde eigenschappen.

Bull's eye (Illustratie - Elke Uyttenhove)

Bull’s eye (Illustratie – Elke Uyttenhove)

Ze hebben er in de familie een sport van gemaakt. “Deze keer verslaan we ze”, scanderen ze met man en macht. Naja, ze mogen heel wat mannen (en vrouwen natuurlijk) optrommelen,… tot nu toe zijn ze er nog niet in geslaagd de balans te doen keren. Ze winnen altijd.

Ik moet het toegeven: ze zijn intelligent, ze zijn uitermate sportief en ze hebben veel zelfvertrouwen. En ja, mijn grootvader kan nog goed mee! Maar, dat is het niet alleen, wat van hen winnaars maakt. Ze beweren bij hoog en laag dat het niets te maken heeft met die ene specifieke factor. “Het is niet van geluk hebben, het is van kunnen!”. Dat zinnetje hoor ik al heel mijn leven. Toch ben ik er van overtuigd dat geluk hebben een troef KAN ZIJN om te winnen.
Of is dat nu net hetgene wat van mij een niet-winnaar / soms verliezer maakt?

Waag je niet aan kaartspelletjes. Hun fotografisch geheugen is onklopbaar. Ze kaarten niet voor de fun, remember. Ze kaarten om elk spelletje te winnen. Ze hebben het vermogen te onthouden welke kaarten er al gespeeld zijn en welke er dus nog moeten komen. Kansberekeningen zijn peanuts, waardoor ze een voor jou ‘gewaagde’, maar voor hen een ‘zekere’ gok wagen. Hartenjagen, Chinees Poepen, Belotten,… Het maakt gewoon niet uit.

Texas Hold’em. Dat is nog veel erger. Het bluffen maakt van hen zeker heer en meester. Doe het niet! Om nu maar eens een voorbeeld te geven. Wat is de kans dat je op één pokeravondje een paar azen in de hand hebt (dé beste hand in Texas Hold’em) en dat er nog twee azen verschijnen op tafel? “Boejakasjaaaaa! 4 azen alsjeblieft!”, smijt hij met grote euforie op tafel. Die kans is heel klein. Wel, ik heb het bij papa 2 keer op een avond zien gebeuren. American Airlines krijgt hij vaak in handen. Dat is toch niet normaal. “Papa, zeker dat geluk hier niets mee te maken heeft?”.

Bull's eye (Illustratie - Elke Uyttenhove)

Bull’s eye (Illustratie – Elke Uyttenhove)

Of laat ik Yahtzee even over tafel rollen, het dobbelspel. Kom zeg, 5 maal Yahtzee gooien in één dobbelspelletje is belachelijk!

Sport. Nog zoiets. Wil je niet voor aap staan, dan doe je beter niet mee. Het neefje, de vriendjes van de nichten, de nonkels, kameraden van de familie. Ze hebben het allemaal al geprobeerd en de slag verloren. Zoals ik al zei: uitermate sportief. Mijn papa is sportfunctionaris en mijn broer is regent lichamelijke opvoeding. Het is op hun lijf geschreven. Het staat er letterlijk op – je kan er niet naast kijken – “Wij winnen dit spel”. Ze zijn snel, gespierd, hebben een geweldige conditie en een uithoudingsvermogen om U tegen te zeggen.

Speel je darts, dan gaan ze bijna allemaal richting bull’s eye. Ga je lekker sjoelen, vergeet het maar. Bowling, misschien leuk! Als je het kan verdragen dat ze de ene strike na de andere rollen en dat de scores zodanig hoog oplopen dat je je zat zou zuipen. Excuseer. En ze doen het allemaal met flair hé. Dat dan ook nog eens.

Ken je het spelletje Junglespeed? Met die totem in het midden? Wel. Ik heb mijn broer nog nooit weten te verliezen. Het lijkt wel onmenselijk, want hij maakt geen enkele fout. Zelfs met een blinddoek zou hij het spel nog winnen. En zeggen dat je er echt wel je ogen voor nodig hebt!

Ik ben het al gewoon en kan er gerust tegen te verliezen, net nu omdat ik niet zo’n groot competitiebeest ben. Maar elke nieuweling in de familie heeft het moeilijk. Grootmoedig in het begin, spartelend naar het midden toe en een grote verliezer op het eind. Het grappige is dat ze, telkens we een spelletje aanvangen, ze eerst zeggen: “Ale, toe! Doe mee!”. Alsof er niets aan het handje is. Maar, ik weet wat er volgt: gejuich, getriomfeer, de euforie en het vuur in hun ogen. En! Frustratie bij de verliezers.

Het is maar een spel, toch?!

Greetz,
E.

 

Comments

  1. Héél mooi gedaan die kaarten 🙂

    Liked by 1 persoon

Trackbacks

  1. […] vertelde gisteren nog over het vuur in de ogen van mijn broer, papa en grootvader. Het altijd (willen) […]

    Like

  2. […] ik nog genieten van de familiale / amicale compagnie? Weet je trouwens nog dat ik vertelde over de competitiviteit van mijn broer en papa? Wel, het was weer zover. Misschien schrijf ik wel een verhaal over deze avond, want het was weer […]

    Like

  3. […] oudste, de beginnende stoppelbaard van die jongeling die denkt dat hij volwassen is. Ik ben gek op de competitiegeest onder enkelen – ook al begrijp ik het niet altijd even goed. Ik ben gek op onze […]

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: